Het herkennen van een paard zonder pijn.
Om pijn te herkennen bij een paard is het belangrijk dat we eerst weten wat normaal is. De meeste van ons hebben leren rijden op een manege. Uit onderzoek (England, Zweden en Zwitserland) is gebleken dat meer dan 50% van de paarden op een manege kreupel is. Kreupel op meerdere benen dus niet goed zichtbaar. Dit is ons referentiekader geworden. We voelen sindsdien geen verschil tussen een paard met of zonder pijn. Wat is normaal? Een paard dat beide kanten aan de longe makkelijk loopt met de neus naar de kant waar het heem gaat. (Jonge paarden uitgesloten).
Wat is normaal?
- De beweging is ritmisch.
- Activiteit (bijhorend bij het type/ ras paard).
- Reageert op hulp voorwaarts.
- Meewerkend.
- Bewegingsbereik van de borst en lendenwervels.
- Geen spanning.
Wat is niet normaal?
- Een paard dat extreem scheef is is niet normaal.
- Een paard dat altijd chagrijnig is is niet normaal.
- Een paard dat hard in de mond is of zwaar in de hand is niet normaal.
- Een paard dat één bepaalde kant op galopperen moeilijk vindt is niet normaal.
- Een paard dat aan de longe naar buiten kijkt is niet normaal.
- Een paard dat staakt, steigert of bokt tijdens het rijden is niet normaal.
- Een paard dat dressuur niet leuk vindt is niet normaal.
- Continu het paard voorwaarts moeten vragen is niet normaal (als het paard juist wordt getraind.)
Extreme scheefheid van het paard kan duiden op pijn.
Ieder paard is scheef. Maar is dat zo? Een paard dat de ruiter extreem op rechts zet is niet normaal. Gaat het zadel steeds naar rechts? Dit is niet normaal. Wellicht is het paard links gebogen waardoor het paard de ruiter en het zadel op rechts zet. Maar is dit extreem blijkt uit onderzoek dat het paard kreupelt op de achterbenen. Het zadel gaat naar de kant van het kreupele been. Dus als het paard rechts achter kreupelt dan gaat het zadel en ruiter naar rechts. Als een paard kreupelt op meerdere benen kreupel is doet het alles om zo min mogelijk te bewegen en bouwt het veel spanning op. Als een paard dressuur niet leuk vindt maar wel springen duidt op pijn, De adrenaline van het springen maskeren de pijn,
Niet kreupel zonder ruiter maar wel kreupel met ruiter.
Er zijn meerdere factoren waardoor een paard met ruiter wel pijn ervaart en zonder ruiter niet of minder. Deze factoren zijn pijn door een slecht passend zadel, de bouw die het onmogelijk maakt om aan de vraag van de ruiter te voldoen, disbalans of het gewicht van de ruiter. Dit is dus zo moeilijk want er zijn signalen van pijn maar bijvoorbeeld ook van het niet correct het paard in balans rijden. Alles is altijd alarmerend voor mij. Drie hoeven op de grond tijdens de draf is niet normaal. Vier hoeven op de grond tijdens de galop is niet normaal. Een paard dat flegmatiek is tijdens het rijden. Een paard die overal van schrikt. Het gedrag kan alle bovengenoemde oorzaken hebben. Mijn leidraad hierin is ik moet verbetering zien. Komt het paard in balans en laat het spanning los klopt het. Gaat het paard die ontspanning steeds zelf opzoeken door steeds makkelijker in balans te gaan lopen klopt het. Blijft het paard hectisch of valt het steeds terug klopt niet. Mijn expertise is het paard in balans laten lopen en gedragstraining (het paard weer vertrouwen geven). Vermoed ik pijn is de zadelmaker of de dierenarts aan zet.
Oproep aan dierenartsen
Wanneer een paard kreupel loopt onder het zadel wordt er door de dierenarts een kreupelheidsonderzoek gedaan. Als de dierenarts overgaat op het uit verdoven van beneden naar boven gebeurt dit bijna altijd zonder ruiter. Echter zijn er veel paarden die pas kreupelen met ruiter. Dit omdat ze niet meer kunnen compenseren en ontlasten. Paarden met probleemgedrag onder het zadel kunnen na het uit verdoven van de aangedane plek veranderen in een meewerkend ontspannen paard. Het zou zo fijn zijn als dierenartsen ook het proces doen van het uit verdoven maar dan onder het zadel. Want dan komt naar voren waarom een paard boos reageert op iedere vraag van de ruiter. Of dat een ruiter kan gaan zitten in de galop wat zonder uitverdoving niet kon. Als het paard niets laat zien aan de hand kan het wel degelijk iets laten zien onder het zadel.
In de praktijk.
Nu werk ik veel met paarden die heftig gedrag vertonen onder het zadel. Ik leer ze in balans te lopen zodat ze een ruiter kunnen dragen. Eerst trainen we zonder ruiter. Dan met ruiter. Het paard bepaald het tempo. Maar hoe weet ik u of het paard dit heftige gedrag vertoond vanuit disbalans of vanuit pijn? Dat is eigenlijk heel simpel. Verbetert het paard dan is het goed. Blijft het dezelfde spanning houden dan klopt er iets niet. Vele zadels zijn pijnlijk waardoor het paard zo heftig reageert. Veel niet-wetende ruiters rijden hun paarden in disbalans. Het paard moet gaan leren dat als hij in balans loopt hij ook gewoon kan gaan lopen. Het paard moet gaan ervaren dat het geen pijn meer doet. Het paard moet gaan ervaren dat het niet om gaat vallen maar dat de ruiter hem juist opvangt.
Sue Dyson
Sue Dyson heeft hier veel onderzoek naar gedaan. Ze heeft een ethogram ontwikkel die je kan gebruiken om te checken of een paard pijn heeft. Het zijn 24 punten die je kan observeren tijdens alle gangen van het paard met ruiter. Zie je acht of meer punten weet je zeker dat het paard pijn ervaar. Zie je minder dan acht punten sluit niet uit dat het paard pijn heeft. Mail mij als je de ethogram wilt ontvangen dat stuur ik deze naar je toe!



Ik ben wel geïnteresseerd in dit ethogram.
De ethogram kun je hiew downloaden.
Verder ben je van harte welkom om naar de lezing te komen!
Table 1 The 24 behaviour Ridden Horse Ethogram, adapted from Dyson et al. [37]
• Herhaalde veranderingen van de hoofdpositie (omhoog/omlaag), niet in ritme met de draf.
• Herhaaldelijk gekanteld hoofd.
• Hoofd voor de verticaal (>30⁰) gedurende ≥10 seconden.
• Hoofd achter de verticaal (>10⁰) gedurende ≥10 seconden.
• Hoofdpositie verandert regelmatig, wordt van links naar rechts geworpen of gedraaid.
• Oren naar achteren gedraaid achter de verticaal of plat (beide of slechts één) gedurende ≥5 seconden; herhaaldelijk plat gelegd.
• Oogleden gesloten of half gesloten gedurende 2-5 seconden; frequent knipperen.
• Herhaaldelijk zichtb
aar sclera (oogwit).
• Intense blik (glazige uitdrukking, ‘afwezig’) gedurende ≥5 seconden.
• Herhaaldelijk openen ± sluiten van de mond met scheiding van de tanden, gedurende ≥10 seconden.
• Tong zichtbaar, uitstekend of hangend, en/of herhaaldelijk in en uit bewegend.
• Bit herhaaldelijk door de mond getrokken aan één kant (links of rechts).
• Staart strak tegen het midden geklemd of naar één kant gehouden.
• Staart met grote bewegingen zwiepen: herhaaldelijk op en neer/van links naar rechts/cirkelvormig; herhaaldelijk tijdens overgangen.
• Een gehaaste gang (frequentie van drafpassen > 40/15 seconden); onregelmatig ritme in draf of galop; herhaalde veranderingen van snelheid in draf of galop.
• Gang te langzaam (frequentie van drafpassen <35/15 seconden); passage-achtige draf.
• Achterbenen volgen niet de sporen van de voorbenen, maar wijken herhaaldelijk af naar links of rechts; op 3 sporen in draf of galop.
• Galop herhaalde beenwisselingen voor en/of achter: herhaaldelijk aanspringen op het verkeerde been; ongeordend.
• Spontane veranderingen van gang (bijv. overgangen van galop naar draf of draf naar galop).
• Meer dan één keer struikelen of trippelen; herhaaldelijk bilateraal slepen van de achterste hoefpunten.
• Plotselinge verandering van richting, tegen de aanwijzingen/hulpen van de ruiter; schrikken.
• Terughoudendheid om voorwaarts te bewegen (moet worden aangespoord ± verbale aanmoediging), stopt spontaan.
• Steigeren (beide voorbenen van de grond).
• Bokken of achteruit schoppen (één of beide achterbenen).
Goedemorgen, ik zou graag je ethogram willen bekijken om te testen wat er met de pony van mijn dochter aan de hand is.