Het probleem van de onbegrepen biomechanica
Een correcte aanleuning ontstaat wanneer het paard in balans loopt en daardoor op het bit ‘landt’. Dit is een kwetsbaar moment voor zowel paard als ruiter. Het paard geeft en de ruiter ontvangt; de ruiter geeft en het paard ontvangt. Het is een prachtige wisselwerking waarin paard en ruiter samensmelten via de teugel.
Nageeflijkheid bij het paard is bijvangst.
Ik ben aan het werk met een paard en ruiter om het paard te rehabiliteren. We zijn niet de enige. Je rijdt met jouw paard netjes om ons heen. Net als zoveel mensen trek je via de teugel het hoofd omlaag om ‘na te geven’. Dit is geen ware nageeflijkheid maar het paard opzadelen met jouw probleem. Je dwingt het eindresultaat af. Vervolgens wurm je het paard door alle moeilijke oefeningen heen die niet moeilijk zijn als de de balans klopt. Het is een strijd om het paard te laten lopen zoals jij wilt. ‘Je gaat doen wat ik vraag. Doe je dat niet, ben ik streng en blijf ik vragen tot je het wel doet. Dan beloon ik je, want dan begrijp je wat de bedoeling is.’ Deze strijd is jouw probleem. Voor het paard hoeft het zo niet. Sterker nog, het paard ervaart ongemak of zelfs pijn door jouw vraag en toedoen. Jij forceert het paard met je strakke teugel en sporen. Ten einde raad doet het paard, met ongemak of pijn, wat jij vraagt. Het paard is in staat zichzelf kapot te lopen om jou tevreden te stellen of om geen geprik van de sporen te krijgen. Ik sta in diezelfde rijbaan met een ander paard en kan me moeilijk concentreren. Ik ben dit paard aan het rehabiliteren omdat het bijna ingeslapen moest worden door jouw manier van rijden. Als dit paard nog een half jaar bij de vorige eigenaar op jouw manier van rijden was geweest had het ingeslapen moeten worden. Lichamelijk is hij gerevalideerd. Mentaal duurt het lang. Ik hoor het knarsetanden van jouw paard, het gekreun, de verhoogde ademhaling bij het ‘nu is het klaar’-moment waarin jij een strenge correctie geeft. Ik hoor de beloning in jouw stem als het paard compenseert in zijn lijf om te doen wat jij vraagt/afdwingt. Ik zie de opengesperde ogen, een overgoten mond met schuim, een holle rug en stuwende achterbenen, de stress. Hierna het meest vreemde voor mij, het staan na deze rit op de poetsplaats: het paard beduusd, jij volop bezig met smeersels en voer om goed voor het paard te zorgen. Het gesprek dat je voert met een stalgenoot over de goede rit die jullie net hebben gehad. De trots in je stem galmt nog na als ik mijn auto start om naar een volgend adres te gaan. En dan wens ik weleens dat ik een kantoorbaan zou hebben.
Een minicursus over nageeflijkheid.
Je verplaatst het gewicht van links naar rechts. Is het gewicht verdeeld over de schouders (verticale balans), dan valt de hals vanzelf. Daar heb je geen terugwerkende teugel voor nodig. Draai je het paard om het binnen-achterbeen waardoor het paard hierop echt moet gaan dragen, dan trekt het diagonaal de verticale balans recht. En weer een verticale balans laat de hals vallen. Het gewicht wordt namelijk over de schouders verdeeld via het binnen-achterbeen. Loopt het paard in balans, dan gaat het zijn rug gebruiken. Deze reactie verkrijg je niet door de hoofd-hals houding naar beneden te vragen. Het is een achterhaalde fabel dat als het paard de hoofd-hals houding hoog heeft, het een holle rug heeft en dat wanneer je deze hoofd-hals naar beneden dwingt, het paard een ‘bolle’ rug zal aannemen. Hoofd-hals houding in een frame vragen/ naar beneden vragen heeft niets te maken met aan de teugel of nageeflijk lopen. Het in balans rijden van het paard zowel verticaal als horizontaal heeft als bijvangst aan de teugel/ nageeflijk lopen. Neem instructies van een instructeur niet voor zoete koek aan. Ik heb paarden moeten rehabiliteren die instructie hadden van grandprix ruiters of grandprix juryleden. Wedstrijdruiters nemen contact met mij op om verschillende redenen. Het paard staakt, vlucht of laat zich achterover vallen. Mijn standaardregel is: ik ga jullie helpen, het wordt een prachtige reis, zeg de wedstrijden maar af, want een paardvriendelijke rijstijl wordt vaak afgestraft. Maar er is hoop!
Kun je dan nog hoog scoren in de wedstrijdsport?
Vele paarden accepteren de onkunde. De meeste lopen zich zelfs kapot voor de ruiter maar sommige trekken het niet en gaan staken of vluchten. En dan word ik erbij geroepen. Deze paardeneigenaren laten mij komen omdat ze met de handen in het haar zitten. Ze nemen de kennis op die ik met hen deel. Ze gaan anders kijken naar de vraag die ze stellen. Ze begrijpen dat het onmogelijk is wat er aan het paard gevraagd wordt en stellen hun vraag bij. Sommigen verhuizen zelfs hun paard naar een plek waar het contact heeft met soortgenoten of waar het paard meer buiten komt. Alleen al het management heeft zoveel invloed op het paard. Maar kun je nog hoog scoren in de wedstrijdsport? Jazeker. Ik kom ook op wedstrijd stallen waar paarden buiten staan met soortgenoten. Waar men voldoende hooi geeft en het paard begeleid tijdens de ontwikkeling. Het grote voorbeeld van dit moment is natuurlijk Verboomen met Zonik Plus. Justin Verboomen en Zonik Plus brengen het correct in balans rijden volgens de FEI weer terug in waar het hoort te zijn, in de top. Om op een correcte manier dit hoge niveau te rijden is zoveel meer waard dan de polderdressuur. Voor mij geeft het hoop voor de toekomst. En het geeft hoop om zoveel mensen om mij heen te horen zeggen ‘Deze proef kan ik keer op keer kijken, kippenvel! Normaal haak ik na vijf seconde af’.
Neem instructies van een instructeur niet voor zoete koek aan. Ik heb paarden moeten rehabiliteren die die instructie hadden van grandprix ruiters of grandprix juryleden. Wedstrijdruiters nemen contact met mij op van hun paard. Mijn standaardregel is: ik ga jullie helpen, het wordt een prachtige reis, zeg de wedstrijden maar af, want een paard vriendelijke rijstijl wordt vaak afgestraft. Maar er is hoop!



0 reacties